Gambia voor beginners: alles wat je moet weten over ‘the smiling coast of Africa’

Zon, zee, strand en belachelijk veel Afrikaanse couleur locale. Dat is Gambia in een notendop, een verrassende bestemming die veel meer te bieden heeft dan je op het eerste zicht kunt vermoeden.

Wij trokken op uitnodiging van de dienst toerisme van Gambia voor de tweede keer naar dit sympathieke landje en waren net als tijdens onze eerste reis – zo’n 6 jaar geleden al – bijzonder enthousiast over wat Gambia allemaal te bieden heeft. Indien je er zelf nog nooit was: ziehier alles wat je moet weten voor je vertrekt!

De lachende kust van Afrika

Gambia is het kleinste land van het Afrikaanse vasteland; op de kaart van West-Afrika is het niet meer dan een smal strookje land, volledig omringd door Senegal en met stranden aan de Atlantische kust (voor een kaartje: zie onderaan deze post). Het landje wordt bovendien nog eens doormidden gesneden door de rivier. Meer is het eigenlijk niet. Onterecht zou je kunnen denken dat Gambia zo klein is dat er maar bitter weinig te zien en te beleven valt. Niet dus. Gambia is misschien wel heel een erg klein land, maar ook een heel erg veilig land dat uitblinkt in couleur locale, optimisme, gastvrijheid en onvoorziene verrassingen.

Gambia wordt niet voor niets The Smiling Coast of Africa genoemd; de bevolking is er inderdaad goedlachs, vriendelijk en uitnodigend, ook al zijn ze er vaak heel erg arm en moeten ze rondkomen met een gemiddeld inkomen van ongeveer 2 euro per dag. Het toerisme is er dan ook een welkome bron van inkomsten.

Wanneer moet je gaan?

Wanneer je maar wil, in Gambia schijnt de zon altijd.

Gambia kent een tropisch savanneklimaat. Het hele jaar door mag je je verwachten aan temperaturen boven de 30°C en meer, al kent Gambia wel twee seizoenen: het zeer droge seizoen en het regenseizoen.

Het regenseizoen loopt van half juni tot en met half oktober. Denk nu niet dat je tijdens deze maanden compleet weggespoeld wordt: het regent dan gemiddeld ongeveer de helft de van dagen, en slechts een tweetal uur per dag (korte hevige buien, meestal op het einde van de dag of ’s avonds laat). Voor de rest is het er heel zonnig en warm, al zorgt de extreme luchtvochtigheid er wel voor dat je bij de minste inspanning loopt te zweten en te puffen. Ideaal dus voor een strandvakantie waarbij je vooral op je luie reet op het strand wil liggen. De natuur is tijdens die dagen wel op haar mooist, dus dat is goed meegenomen. Nadeel is dat tijdens die periode sommige (zand)wegen moeilijk berijdbaar zijn omdat er stukken van wegspoelen. Ook heb je meer last van muggen en andere vervelende insecten.

Vanaf half oktober start het droge seizoen, en dan spreken we over hoge temperaturen van boven 30 (soms 40) °C. Regen doet het er tijdens deze periode helemaal niet. Kortom: wil je tijdens onze grijze winters even ontsnappen aan alle koude en regen en 100% zeker zijn van zon en warmte, boek dan vlug een vliegtuigticket richting Gambia.

Wat kun je er allemaal doen?

Palmbomen, witte stranden, zoete temperaturen… dat vraagt om uitgebreid aan het strand of het zwembad te loungen terwijl je een cocktail uit een kokosnoot slurpt natuurlijk. Maar eerlijk: als dat het enige is wat je zou doen tijdens een reisje naar Gambia, dan mis je wel heel wat leuke dingen.

Gambia wordt soms voorgesteld als ‘Afrika light’: het is ontegensprekelijk Afrika, maar op een enigszins makkelijke, meer toegankelijke manier.

Tijdens onze eerste reis naar Gambia hadden we er al heel wat gezien en beleefd, en leuk is dat we tijdens ons tweede bezoek heel wat nieuwe dingen mochten ontdekken. Het aanbod is er heel verscheiden en verrassend. Wij hebben er met een bootje door de mangrovebossen gevaren, ons in het hysterische gewoel van de Tanji Fish Market gestort en een kindertehuis bezocht (goed om meteen ook even de lokale bevolking te steunen). We zijn gaan fietsen door afgelegen dorpjes en op het strand, we hebben een worstelwedstrijd bijgewoond (worstelen is de nationale sport van Gambia) en een graffiti dorp bezocht, we hebben zelf in de potten geroerd tijdens een kookworkshop en uiteraard hebben we ook gewoon helemaal niets gedaan en languit op het strand van zon en zee genoten.

(Er komt binnenkort nog een uitgebreide post aan waarin ik meer vertel over alle dingen die je kunt doen in Gambia. En over het schoolbezoek waar we tijdens onze eerste reis naar Gambia mochten van genieten, schreef Jempi deze post: Een school bezoeken in Gambia: de tips & tricks). 

Wat moet er in de koffer?

In Gambia is het altijd warm. ’s Morgens kan het nog wat koel zijn (koel, niet koud) maar tegen de middag is het zweten geblazen met tropische temperaturen. ’s Avonds koelt het opnieuw wat af – tot ongeveer 20 graden. Hoe dan ook is een petje of een hoed voor overdag en een licht truitje voor ’s avonds geen slecht idee. Tijdens het vochtige seizoen kun je ook wat last hebben van muggen: een lange broek en shirt met lange mouwen is dan zeker ook handig.

Gambia is een Islamitisch land maar heel erg tolerant. Wij liepen er een week lang rond in shorts en T-shirt of een zomerjurkje, en niemand die geshockeerd of beledigd was. Je kunt er dus dragen wat je wil, al zou ik nu wel niet meteen naar die sexy hotpants grijpen, hou het een beetje deftig en discreet. En die prachtige killerheels hoef je ook niet mee te sleuren; Gambia is nogal ‘stoffig’ vanwege de vele zandwegen, met een paar makkelijke sandalen of sneakers kun je er veel beter uit de voeten.

Waar slaap je?

De laatste jaren is het toerisme echt booming in Gambia en dat zorgt voor een ruime keuze aan toffe logeeradresje: prachtige resorts aan de kust, originele (eco-)lodgjes midden in de natuur, familiehotels…. 

In Kotu verbleven we in het Sunset Beach Hotel, dat recent vernieuwd is en waar je verblijft in huisjes in een aangename tuin, vlak aan het strand. Een tof hotel dat goed gelegen is en waar je een leuke vakantie kunt beleven.

Ook mochten we het nieuwe Balafon Beach Resort uittesten, in Kololi. Het hotel werd ontworpen volgens traditionele Afrikaanse stijl, met mooie hutten waar moderne designkamers in ondergebracht zijn. Doorheen het domein kronkelt een prachtig landschapszwembad, al is de zee en het strand ook een aangename optie om wat te loungen.

Het hotel is gelegen in een wijk van Serekunda waar je ook ‘de strip’ vindt, een levendig straatje met restaurants en bars. Populaire hotspot is de Poco Loco Beach Club, een plek waar je zowel kunt eten en drinken als van optredens genieten. Locals en toeristen gaan hier graag uit de bol en ook wij lieten ons stevig gaan tijdens een stomende reggae night, we waren met geen stokken van de dansvloer te krijgen!

 Op je bord

Alleen maar lekkere dingen! In de grote hotels vind je natuurlijk alles wat ook bij ons op de kaart staat – van pizza over hamburgers met frietjes tot meer ingewikkelde gerechten – maar uiteraard wil je ook wel eens iets lokaals eten. De Gambiaanse keuken heeft als hoofdingrediënten rijst, couscous, zoete aardappel, bonen, pinda’s en kip of vis en alles smaakt bijzonder lekker.

Je zal er voornamelijk op drie typische gerechten botsen: yassa, domoda en benachin, alle klaargemaakt met ofwel vis of kip en geserveerd met rijst. Heel erg lekker, supervers en supergoedkoop (zo’n 3 euro, en dan heb je je buikje rond gegeten).

En voor de rest kun je er natuurlijk volop exotisch fruit vinden, zoals mango’s, bananen en watermeloenen.

Wat mag dat kosten?

De munteenheid van Gambia is de Dalasi; 100 dalasi is ongeveer 3 euro (afhankelijk van de koers, en die durft nogal fluctueren). Er zijn briefjes van 5, 10, 25, 50 en 100 dalasi, dus je kunt al vermoeden dat je met flink wat briefgeld rondloopt. In hoofdstad Banjul en langs de strip in Serakunda kun je makkelijk geld uit de automaat halen, in de rest van het land is dat wat moeilijker, dus haal in één keer voldoende af. Zowel Mastercard als Visa worden aanvaard (maar Visa geniet wel de voorkeur). Neem eventueel voldoende euro’s mee: er zijn flink wat wisselkantoortjes die je een goede koers geven.

Voor een lokaal biertje Julbrew betaal je ongeveer 20 dalasi, een fles water van 1 liter 30 dalasi, een eenvoudige maaltijd kostje je tussen de 30 en 50 dalasi. Uiteraard liggen de prijzen in de hotels en voor Westerse producten een stuk hoger.

Beetje rondreizen?

Alleen als je stalen zenuwen hebt of al langere tijd in Gambia verblijft en al één en ander gewoon bent, kun je er zelf met de wagen rondrijden; de lokale rijstijl is er immers nogal ‘creatief’. Vertrouw liever op de taxi’s, die zijn goedkoop en zo goed als overal beschikbaar. Als toerist neem je bij voorkeur de ‘groene’ taxi, iets duurder dan de gele taxi’s (die vooral door de lokale bevolking gebruikt wordt en die je ook moet delen met andere mensen) maar nog steeds heel erg goedkoop is en beter gereglementeerd. Zoals overal wel even een prijs afspreken op voorhand.

Verder kun je uitstappen boeken via het hotel of een reisorganisatie, zo hoef je zelf niet uit te vissen hoe je van punt a naar punt b geraakt en kun je meer genieten van de omgeving.

Wij reisden er rond met Gambia Tours en African Adventure Tours, deze werken samen met de grote touroperators maar ook toeristen kunnen hier individueel terecht.

Wat je verder nog moet weten: 

  • Gambia is een heel veilig land met een bijzonder lage criminaliteit, al moet je het natuurlijk niet uitlokken. Zoals altijd en overal moet je voorzichtig zijn voor zakkenrollers, niet lopen pronken met kostbare juwelen en je geld en bankkaarten veilig opbergen. En wat drugs betreft: Gambia voert een ‘zero tolerance’ drugsbeleid. Niets kopen (en niets gebruiken) dus.
  • In Gambia kun je wel eens een malariamug tegen het lijf lopen (of beter: de mug loopt jou tegen het lijf), maar dat wil niet zeggen dat je het hele jaar door met malariapillen moet komen aanzetten. Tijdens het regenseizoen heb je de meeste kans op malariamuggen en dan zijn gepaste maatregelen wel aangewezen (pillen en DEET). Tijdens het droge seizoen is het niet nodig malariapillen te slikken, maar indien je dat per se wel zou willen, dan houdt niemand je tegen natuurlijk. Wij reisden tijdens het droge seizoen en omdat het slikken van malariapillen wel wat nadelen heeft, heb ik er zelf geen genomen.
  • Gambia is een Afrikaans land en dan weet je wel dat je best geen water uit de kraan drinkt, ook niet in de meest luxueuze hotels. Overal kun je flessenwater kopen voor een prikje. Zorg er voor dat je inderdaad altijd een fles water bij je hebt, vanwege de warmte. Verder is ook desinfecterende handgel aan te raden en ontsmettingsmiddel om kleine wondjes schoon te maken en pleisters om deze te bedekken.
  • Speciale inentingen om het land binnen te komen, zijn niet verplicht. Ben je echter van plan om je Gambia-reis uit te breiden naar andere Afrikaanse landen, of je wil gewoon op zeker spelen, dan kun je op deze site alle mogelijke aanbevelingen vinden.
  • De officiële taal in Gambia is Engels; het wordt in de scholen onderwezen en vrijwel iedereen spreekt het. Ook plaatsnamen en officiële informatie wordt in het Engels aangewezen. Je zal er verder ook nog een aantal lokale dialecten horen, zoals Mandinka, Wolof, Fulani, Dyda, Serer en Serahule.
  • Vanaf Brussel doe je er ongeveer 6 uur over om naar hoofdstad Banjul te vliegen. Leuk voordeel: er is slechts een tijdsverschil van 2 uur waardoor je dus geen last hebt van jetlag. Voeg daar een immer stralende zon aan toe en je hebt de ideale winterzonbestemming gevonden.
  • Brussels Airlines vliegt het hele jaar door naar Gambia, er zijn 4 vluchten per week (op maandag, woensdag, vrijdag en zaterdag).
  • Een paspoort is niet nodig om Gambia binnen te geraken, je identiteitskaart volstaat
Meer informatie via de website toeristische dienst: www.visitthegambia.be

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*

Send this to a friend